Alle topposities in de EU gaan naar het westen

[fusion_builder_container hundred_percent=”yes” overflow=”visible”][fusion_builder_row][fusion_builder_column type=”1_1″ background_position=”left top” background_color=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” spacing=”yes” background_image=”” background_repeat=”no-repeat” padding=”” margin_top=”0px” margin_bottom=”0px” class=”” id=”” animation_type=”” animation_speed=”0.3″ animation_direction=”left” hide_on_mobile=”no” center_content=”no” min_height=”none”]

Vertrekkend voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker verwelkomt zijn opvolger Ursula von der Leyen in Brussel. Beeld EPA Olivier Hoslet

De verdeling van topfuncties binnen de Europese Unie lijkt wel een onderonsje tussen de oude oprichters van de club. Met een Duitse Commissievoorzitter, Belgische Raadsvoorzitter, Italiaanse Parlementsvoorzitter en een Franse voorzitter van de Europese Centrale Bank zijn de zes oorspronkelijke leden uit 1958 de komende jaren overbedeeld. “De geografische balans is duidelijk uit het oog verloren”, verzuchtte de Litouwse premier Saulius Skvernelis. Landen in het oosten van Europa sleepten geen enkele functie binnen.
Het is lastig om een geografische spreiding in EU-functies te bewerkstelligen. Veel landen in Centraal- en Oost Europa gebruiken de euro niet, dus zij komen niet in aanmerking voor het voorzitterschap van de Europese Centrale Bank. In coördinator voor buitenlandbeleid zijn deze landen zelf weinig geïnteresseerd. De buitenlandpost is vooral aantrekkelijk voor grotere landen die over de hele wereld diplomatiek actief zijn. De baan gaat nu naar de socialistische Spanjaard Josep Borrell. Zijn land heeft vanwege het koloniale verleden nog altijd sterke banden met Zuid-Amerika, en is door de migratiestromen geïnteresseerd in Afrika. Landen in Centraal- en Oost Europa hebben nooit kolonies gehad en bemoeien zich meer met hun eigen regio.

Wat het voor de Oost-Europeanen ook lastig maakt, is dat zij eigen kansrijke kandidaten vaak niet steunen. Premier Mark Rutte lobbyde voor Timmermans, van oppositiepartij PvdA. Dat is in de gepolariseerde politieke verhoudingen in Oost-Europa vaak ondenkbaar. De conservatieve Poolse regering probeerde de afgelopen jaren juist landgenoot en Raadsvoorzitter Donald Tusk te wippen, omdat hij in eigen land van de liberale oppositie was. Twee presidenten die de afgelopen tijd getipt werden voor hoge functies, de Roemeen Klaus Iohannis en de Litouwse Dalia Grybauskaite, leven op voet van oorlog met de premiers in hun land.Toch riskeren de Oost-Europeanen er de komende jaren bekaaid vanaf te komen. In plannen voor de nieuwe EU-begroting krijgen landen minder geld als ze corrupt zijn of de rechtstaat ondermijnen. Het is daarom voor deze landen belangrijk dat ze meepraten over de verdeling van Europees geld. Niet iedereen lijkt er gerust op dat de nieuwe top de hele Unie vertegenwoordigt. Tusk riep Von der Leyen op mensen uit Centraal- en Oost-Europa op belangrijke posities te benoemen. De ontwikkelingen met betrekking tot het Three Seas Initiative worden door de West-Europese lidstaten erg onderschat en daarin zijn ook de Visegrad landen opgenomen. Ursula Von der Leyen heeft daarop al direct de toon gezet en het komt er kort op neer dat zij niet toe zal laten dat de leden oude Europese Commissie over hun eigen graf heen regeren. In haar beleidsnotitie(zie voor NL talige versie: https://ec.europa.eu/commission/interim_nl#politieke-beleidslijnen staat dat het monitoringsmechanisme Coöperatie- en Verificatiemechanisme (CVM) voor alle EU lidstaten van toepassing zal worden verklaard en aan de hand van eensluidende criteria jaarlijks een verslag zal uitbrengen. Dat impliceert dat de huidige CVM zal verdwijnen. Zij komt hiermee tegemoet aan de wens van de Roemeense president van de Senaat Călin Popescu-Tăriceanu. En met haar dringende eis dat de nieuwe Europese Commissie voor 50% uit vrouwen zal moeten bestaan volgt zij de suggestie van de huidige Roemeense Minister van Buitenlandse Zaken en voormalige Europarlementariër Ramona Mănescu.
Geraadpleegde bron: Trouw-Marno de Boer – 4.7.2019[/fusion_builder_column][/fusion_builder_row][/fusion_builder_container]